In een historische primeur is de printerfabrikant Epson voor de strafrechter in Frankrijk gedaagd op beschuldiging van planned obsolescence en misleidende handelspraktijken.
Na meer dan acht jaar onderzoek door de DGCCRF (de Franse autoriteit voor consumentenbescherming) vindt donderdag 2 juli de eerste procedurele zitting van Epson plaats bij de strafrechter in Nanterre.
Door het afdrukken te blokkeren wanneer inktcartridges nog niet leeg zijn en door de levensduur van inktkussens voortijdig te verkorten, was het openbaar ministerie van Nanterre van mening dat Epson „technieken had gebruikt die opzettelijk waren ontworpen om de levensduur van een product te verkorten teneinde de vervangingsfrequentie te verhogen“. Deze praktijken dwongen consumenten tot heraankoop, aangezien de kunstmatige signalen het afdrukken of scannen effectief onmogelijk maakten.
Primeur
Deze beslissing heeft bijzonder veel gewicht, aangezien het de eerste gerechtelijke procedure in Frankrijk – en zelfs wereldwijd – betreft die is gebaseerd op het delict van planned obsolence, dat via de Wet op de Energietransitie van 2015 in de Franse wetgeving is opgenomen. Het besluit van de openbare aanklager om een aanklacht in te dienen, geeft een krachtig signaal af: de strijd tegen geplande veroudering is niet langer louter een wensdroom. In Frankrijk is er nu een echt juridisch instrument beschikbaar, zowel voor overheidsinstanties als voor burgers, om bedrijven aan te klagen die de versnelde vervanging van producten stimuleren.
Volgens repair.eu dat hierover een persbericht stuurde, lopen ook nog onderzoeken naar dit gedrag door andere fabrikanten van printers. Om die reden is deze eerste zaak extra belangrijk.




