De Nationale Coalitie Duurzame Digitalisering (NCDD) wil dat duurzame digitalisering in 2030 de norm is en lanceerde deze week het vernieuwde Manifest Duurzame Digitalisering 2027-2030 .
De NCDD beschrijft in het manifest wat daarvoor moet gebeuren. De nadruk verschuift daarbij van agendering naar uitvoering en opschaling. Het manifest begint met een brede constatering. Duurzame digitalisering is volgens de NCDD noodzakelijk voor een leefbare samenleving, een toekomstbestendige economie en strategische autonomie. Duurzaamheid moet daarom niet langer losstaan van digitale besluitvorming.
De coalitie wil duurzaamheid meenemen bij het ontwerpen, inkopen, bouwen, hergebruiken en afdanken van digitale technologie. Het uiteindelijke doel is volgens het manifest om “duurzame digitalisering de norm” te maken. Het manifest kijkt daarbij breder dan alleen het energiegebruik van ICT. De NCDD noemt ook water, materialen en de impact van digitale ketens.
Organisaties moeten volgens de coalitie betrouwbare informatie krijgen over de gevolgen van hun digitale activiteiten en producten. Die informatie moet helpen om keuzes te verbeteren en de milieu-impact aantoonbaar te verminderen. Dat betekent ook dat duurzaamheid onderdeel moet worden van bestuur en besluitvorming. Het manifest stelt dat bestuurders en professionals “aantoonbaar verantwoordelijkheid” moeten nemen voor de impact van digitalisering. Daarmee komt ook een lastiger vraagstuk op tafel: niet alles hoeft automatisch te worden gedigitaliseerd. De NCDD spreekt over “bewuste keuzes over wat we digitaliseren, hoe we dat doen en wat er minder kan”.
AI krijgt eigen actielijn
De snelle ontwikkeling van AI vormt een belangrijke aanleiding voor het vernieuwde manifest. Volgens de NCDD neemt hierdoor de vraag naar data, rekenkracht, hardware, software, energie, water en ruimte toe. Tegelijkertijd kan digitalisering bijdragen aan verduurzaming. De coalitie wil daarom duurzaamheid gedurende de volledige levenscyclus van AI meewegen. Dat begint volgens het manifest al bij de vraag of AI überhaupt nodig is.
Vervolgens moeten organisaties bij ontwikkeling, inkoop, gebruik en evaluatie rekening houden met de gevolgen. De NCDD spreekt van AI die “fit-for-purpose” moet zijn. Prestaties en maatschappelijke waarde moeten worden afgewogen tegen onder meer het gebruik van data, rekenkracht, energie en water. Dat is een bredere benadering dan alleen het efficiënter maken van AI-systemen. De vraag naar de noodzaak en maatschappelijke waarde van een toepassing komt er nadrukkelijk bij.
Dan is er de vierde actielijn. Die gaat over afhankelijkheden in materialen, hardware, software, rekenkracht, data, energie, leveranciers en standaarden.
De NCDD verbindt deze afhankelijkheden expliciet aan circulariteit. Organisaties zouden volgens het manifest moeten kijken naar “circulariteit, langere levensduur, interoperabiliteit, open standaarden en Europese alternatieven”. Daarmee wordt circulariteit onderdeel van een bredere afweging rond weerbaarheid en keuzevrijheid. Het manifest stelt dat organisaties duurzaamheid, weerbaarheid en keuzevrijheid “in samenhang” moeten meenemen in digitale keuzes. Dat perspectief is relevant voor de IT-keten. Een langere levensduur van hardware kan bijvoorbeeld zowel materiaalgebruik beperken als afhankelijkheden verminderen. Interoperabiliteit en open standaarden kunnen daarnaast de afhankelijkheid van specifieke leveranciers verkleinen.
Inkoop als instrument
De NCDD ziet ook een belangrijke rol voor de gezamenlijke inkoopkracht van publieke en private organisaties. Duurzaamheid moet volgens het manifest niet pas bij de uiteindelijke aanschaf aan bod komen. De coalitie noemt marktverkenning, sourcing, aanbesteding, leveranciersdialoog, contractering en contractmanagement. Daarmee wordt duurzame inkoop onderdeel van de volledige relatie tussen organisaties en leveranciers. Voor de IT-markt betekent dit dat duurzaamheid volgens de NCDD steeds meer een onderdeel van reguliere commerciële en technische besluitvorming moet worden.
Het manifest kijkt bovendien naar de andere kant van de balans. Digitale technologie heeft niet alleen een eigen voetafdruk, maar kan ook worden ingezet om andere sectoren te verduurzamen. De NCDD wil daarom dat organisaties de positieve netto-impact van digitalisering aantoonbaar maken. Daarbij moet ook de eigen footprint van de gebruikte oplossing worden meegenomen.
Dat sluit aan bij de zogenoemde twin transition: de digitale en duurzame transitie worden niet als afzonderlijke ontwikkelingen gezien. De NCDD beschouwt digitalisering zowel als onderdeel van het duurzaamheidsvraagstuk als mogelijk instrument voor verduurzaming.
De belangrijkste verandering zit misschien niet in een afzonderlijke actielijn, maar in de gekozen aanpak. De NCDD zegt met het nieuwe manifest de stap te willen maken van pilots naar brede toepassing. Daarvoor wil de coalitie publieke en private organisaties, kennisinstellingen, onderwijs en maatschappelijke organisaties precompetitief laten samenwerken. Kennis, data, standaarden en bewezen aanpakken moeten breder beschikbaar komen. Ook kleinere organisaties moeten volgens het manifest kunnen aansluiten. De coalitie wil daarom actief verbinding zoeken met Nederlandse en Europese netwerken. Het manifest eindigt met een duidelijke oproep. “Vanuit eigenaarschap en gezamenlijke actie maken we samen duurzame digitalisering in 2030 de norm”, schrijft de NCDD





